Wie aan Saudi-Arabië denkt, ziet vaak beelden die al decennia meegaan. Eindeloze woestijn, oliebronnen, een koninklijk huis dat met gouden handen schudt. Prachtige luchtfoto's van Mekka. Misschien nog een herinnering aan een nieuwsbericht over een vrouw die eindelijk auto mocht rijden. Dat beeld klopt, maar het is ook onvolledig. Het land verandert in een tempo dat de meeste buitenstaanders niet bijbenen, en wie enkel afgaat op oude clichés, mist het verhaal dat nu eigenlijk speelt.
Het begon niet met een revolutie op straat. Er waren geen massale protesten, geen omvergeworpen standbeelden. Wat er gebeurde kwam van bovenaf, gedragen door een kroonprins die nog geen veertig was toen hij de koers bepaalde. Mohammed bin Salman, vaak aangeduid met zijn initialen MBS, besefte iets wat veel leiders in de regio liever niet onder ogen zien: een economie die leunt op één grondstof is geen economie. Het is een loterij waarbij je elk decennium hoopt dat de prijs hoog genoeg blijft om je bevolking te voeden, te huisvesten en tevreden te houden.
Een plan dat meer is dan een plan
Vision 2030, zoals de hervormingsagenda heet, wordt vaak gepresenteerd als een marketingcampagne. Grote beloftes, glanzende infographic, een logo dat modern oogt. Maar als je de documenten leest — niet de samenvattingen, maar de werkelijke stukken — zie een logica die verder gaat dan PR. Het plan draait om drie dingen: diversificatie van de economie, investeringen in sectoren die niets met olie te maken hebben, en een sociale opening die de bevolking voorbereidt op een andere manier van leven.
Die drie zijn met elkaar verbonden. Je kunt geen toerisme ontwikkelen als buitenlanders niet mogen komen. Je kunt geen technologiehub bouwen als de helft van je talent — vrouwen — thuiszit. Je kunt geen internationale investering aantrekken als je land in elke krant wordt geassocieerd met uitsluiting en censuur. De economische noodzaak dwingt sociaal beleid af dat twintig jaar geleden ondenkbaar was.
Wat er daadwerkelijk veranderd is
De veranderingen die het meest opvielen, waren de zichtbare. Vrouwen mogen rijden. Bioscopen zijn weer toegestaan. Concerten worden gehouden, soms met westerse artiesten. In steden als Riyad zie je nu cafés waar mannen en vrouwen door elkaar zitten, wat een generatie geleden onmogelijk was. Toeristenvisa, vroeger vrijwel onbestaande voor niet-moslims die geen bedevaart deden, zijn sinds 2019 beschikbaar voor tientallen nationaliteiten.
Maar het interessanter verhaal ligt bij de minder zichtbare verschuivingen. De overheid probeert de afhankelijkheid van buitenlandse arbeiders — de zogenoemde expats die decennialang het zware werk deden — terug te dringen. Het programma Saudization verplicht bedrijven om een bepaald percentage Saoedi's in dienst te hebben. Dat klinkt logisch, maar het roept vragen op. Zijn er genoeg opgeleide lokale krachten? Willen jonge Saoedi's de banen die vroeger door Zuid-Aziaten werden gedaan? Een economie ombouwen die tientallen jaren op één model draaide, kost meer dan een wettelijk verplichting.
NEOM en de grens van het haalbare
Het meest ambitieuze — en meest bekritiseerde — project is NEOM, een stad die in de woestijn moet verrijzen. Het plan spreekt over zelfrijdende auto's, groene energie, een lineaire stad die 170 kilometer lang zou worden. Critici noemen het sciencefiction. Voorstanders wijzen erop dat je groot moet denken als je een economie wilt bouwen die na de olie nog relevant is.
Beide hebben gelijk, op hun manier. Grootse plannen passen bij een land dat gewend is aan grootse plannen — denk aan de olieboom van de jaren zeventig, toen in enkele jaren hele steden uit het zand verrees. Maar de vraag is niet of de plannen indrukwekkend zijn. De vraag is of ze werken. En daar is het te vroeg voor. NEOM zal naar verwachting pas over decennia volledig operationeel zijn, als het al zover komt. Tegen die tijd is de wereld weer veranderd.
Wat NEOM wel laat zien, is de mentaliteit. Saudi-Arabië wil niet langer het land zijn dat dingen langzaam doet. Het wil snel, zichtbaar, internationaal. Dat levert soms vreemde taferelen op — een eiland dat nog niet bestaat maar al wordt aangeprezen, een stad die op papier mooier is dan in realiteit — maar het is wel de werkelijke dynamiek.
De schaduwkant van de hervormingen
Wie eerlijk schrijft over Saudi-Arabië mag niet doen alsof alles rooskleurig is. De sociale opening is echt, maar ze is ook selectief. Er is meer ruimte voor entertainment, voor vrouwen op de arbeidsmarkt, voor buitenlandse bezoekers. Maar politieke vrijheid is niet toegenomen. Critici worden nog steeds streng aangepakt. De moord op journalist Jamal Khashoggi in 2018, in het Saoedische consulaat in Istanbul, heeft het land een reputatieschade bezorgd die niet verdwijnt door nieuwe skiresorts of popconcerten.
Voor westerse bedrijven die er willen investeren, is dat een dilemma. De marktkansen zijn reëel. De bevolking is jong, digitaal vaardig en heeft koopkracht. De overheid pompt geld in infrastructuur, technologie en cultuur. Maar zakendoen met een land dat mensenrechtenkwesties niet uit de weg ruimt, vraagt om een afweging die niet in een spreadsheet past.
Wat reizigers eigenlijk aantreffen
Voor wie het land bezoekt — en dat zijn er steeds meer — is Saudi-Arabië vaak een verrassing. Niet omdat het zo anders is dan verwacht, maar omdat het minder anders is. De steden zijn modern, de wegen zijn breed, de winkelcentra zijn precies wat je overal ter wereld aantreft. Wat wel anders is, is het ritme. De gebedstijden bepalen nog steeds het ritme van de dag. Vlak voor zonsondergang tijdens ramadan valt het land stil; de straten legen, de restaurants sluiten, en een uur later barst alles los. Wie dat meemaakt, begrijpt dat moderniteit en traditie hier geen tegengestelden zijn. Ze bestaan naast elkaar, soms ongemakkelijk, maar zonder dat de een de ander hoeft te winnen.
De toeristische highlights zijn divers. AlUla, een archeologische site in het noordwesten, toont een beschaving die duizenden jaren geleden bloeide in een vallei die nu nog steeds verbluffend mooi is. De Rode Zee-kust biedt koraalriffen die minder bezocht zijn dan die in Egypte, en daardoor in betere staat. Riyad zelf is een stad die je verrast met een levendige eetscene, musea die serieus nemen, en een nachtelijk leven dat niet om alcohol draait — maar wel om koffie, gesprekken en shisha tot in de vroege uren.
Een land dat zichzelf opnieuw moet uitvinden
Wat Saudi-Arabië doormaakt is geen westers verhaal van vooruitgang. Het is een Saoedisch verhaal van een land dat inziet dat het oude model niet meer werkt, en dat kiest voor een nieuw model dat grotendeels door dezelfde machtsstructuur wordt gedragen. Dat is ongemakkelijk voor wie gelooft dat hervorming van onderop komt. Maar het is de realiteit van de regio.
Of het lukt, hangt af van dingen die niet in een masterplan staan. Van jonge Saoedi's die bereid zijn banen te doen die vroeger beneden hun stand werden geacht. Van vrouwen die de ruimte nemen die hen nu formeel wordt geboden. Van een overheid die leert dat investeerders niet enkel komen voor het geld, maar ook voor rechtszekerheid en voorspelbaarheid. Van een regio die stabiel genoeg blijft om plannen waar te maken.
Saudi-Arabië is niet een land dat je in een paar zinnen kunt vatten. Het is tegelijk oude woestijn en nieuwe skyline, olie en zonne-energie, traditie en ambitie. Wie het serieus wil begrijpen, moet de neiging weerstaan het in een hokje te plaatsen. Het land past in geen ervan. En dat is misschien wel het meest interessante aan het hele verhaal.