Toen ik vorige herfst op een zonnige, maar ijzig koude zondag de parkeerplaats van Speelstad Oranje opreed, voelde het alsof ik een filmset binnenliep die al jaren stil lag. De entreepoort – ooit felgeel en uitnodigend – was nu dof, met roestplekken die zich als een vlek over het metaal hadden verspreid. De reusachtige oranje letters boven de ingang hingen scheef, alsof iemand geprobeerd had ze weg te halen en het daarna opgaf.
Voor wie Speelstad Oranje niet kent: het was ooit een van de populairste binnen-speelparadijzen van Nederland. In de jaren negentig en begin jaren 2000 krioelde het er van kinderen die van de glijbanen roetsjten, turend over een zee van gekleurde ballen, terwijl ouders aan de rand van een koffiecorner zaten die naar popcorn en patat rook. Nu was het stil, op het kraken van een plastic fles die in de wind rolde na.
De ophef rond het park begon al in 2015. Eigenaren kwamen en gingen, beloften over een miljoeneninvestering bleken loos, en een gerucht over asbest in het dak zette de deur definitief op slot. De gemeente sloot het terrein, hekken verschenen, en een bord met ‘Betreden op eigen risico’ werd de nieuwe welkomstgroet.
Wat rest is een soort anti-sprookje. Waar ooit gelach klonk, hoor je nu de echo van je eigen voetstappen tussen de verlaten klimrekken. De klimtoren met het piratenschip is nog intact, maar de vlaggen zijn verkleurd tot een matte grijsgroen. In de hoek ligt een roze kinderauto op zijn kant, alsof iemand hem daar in paniek heeft neergelegd.
En toch is er iets onverwachts gebeurd. Fotografen en urban explorers hebben het park ontdekt als locatie voor dystopische shoots. Op Instagram circuleren beelden van een jong stel dat trouwfoto’s liet maken tussen de verroeste kermisattracties – een contrast zo scherp dat het bijna poëtisch is. De romantiek van verval, noemen ze het.
De gemeente heeft plannen om het terrein te verkopen, maar de vraagprijs blijft hoog. Een vastgoedontwikkelaar droomde ooit van een hotel, een ander van een indoor skihal. Tot nu toe bleven het dromen. De kosten voor asbestverwijdering, de onduidelijke eigendomsverhoudingen en de vrees voor imagoschade houden potentiële kopers weg.
Ondertussen groeit het park dicht. Onkruid schiet uit de voegen van het beton, en berkenzaailingen duiken op in de voormalige ballenbak. Een buizerd nestelde zich vorig jaar in de top van de klimtoren. De natuur eist haar terrein terug, traag maar zeker.
Toen ik rond het middaguur weer naar mijn auto liep, hoorde ik in de verte kindergegil. Een paar straten verderop was een nieuwe speeltuin geopend, modern en veilig, met zachte vloeren en schreeuwerige kleuren. De kinderen daar hadden geen besef van wat zich een steenworp verderop afspeelde. Voor hen is Speelstad Oranje geen herinnering, maar een spookverhaal dat soms opduikt in YouTube-video’s met titels als ‘10 VERLATEN PLEKKEN in Nederland’.
En misschien is dat wel de enige rol die het park nog heeft: een waarschuwing in oranje en roest. Een herinnering dat zelfs de vrolijkste plekken kunnen verstommen als financiële beloftes niet worden nagekomen, als onderhoud wordt uitgesteld, als de lol wordt vergeten.
Voorlopig blijft Speelstad Oranje staan, een monument van stilte. Geen muziek, geen suikerspin, geen gegil. Alleen het geluid van de wind die door een kapotte luidspreker suist, alsof die nog één laatste liedje probeert te fluiten.
Speelstad Oranje: Hoe een Verlaten Pretpark de Tegenhanger van Het Sprookje Werd
Source: HotArticle
Original link: https://www.hotarticle24.com/231ot408